Gedicht
|
Rondgang.
Omzichtig bewoog, langs mijn waarnemend oog zoals een schip statig de volle zee bezeilt zeilde zij, maar zonder ondergrond, zichtbaar los van alles wat haar bond, vierkant alleen, zonder gids, maar stralend en rond. Dat lompe bonk rots schijnt nu teer-transparant, zo langzaam-statig, zeilend, vrij, ze zeilt, voor bijna elk oog ongezien de rand van de einder voorbij, na door mij nakijkend genoten te zijn. Herhaal refrein. |

augustus 6, 2011 at 11:27
Ha die Marc,
Wat een gaaf gedicht, briljant. Wie is de creator van dit?
Grtz.Gert
augustus 8, 2011 at 20:59
He dank je wel Gert! Nou, ikzelf. Het ontstond na… het kijken naar een maansondergang. Zoiets als dit:
http://www.flickr.com/photos/neefer/4035044559/sizes/l/in/photostream/